Interview met Piet, een SLE-patiënt.

 

Piet is 57 jaar, getrouwd met Yvonne en hij heeft een dochter, Esther, van 28 jaar.

 

“Waar ik het ook moeilijk mee heb, is dat mijn vrouw Yvon­ne, die zelf met haar gezondheid sukkelt, nu eigenlijk overal voor opdraait. Dus dat komt er ook nog eens extra bij.”

 

Hoe gaat het met je werk en de SLE?

 

"Ik ben nu negen maanden ziek thuis. Het begon op 12 oktober 1998. Ik heb 41 jaar gewerkt en altijd met veel plezier. Ik zou met mijn 62e met pensioen gaan dus ik had nog maar vier jaar voor me. Ik ben gelukkig nooit werke­loos geweest.

Ik was projectleider op een project voor mensen die op de wacht­lijst staan voor een baan op een sociale werk­plaats.

Werken met gehandicapte mensen, zowel geestelijk als lichamelijk, is het mooiste wat er is. Je krijgt een binding met die mensen en ook met de ouders of verzorgers.

Dat mis ik wel: ik heb altijd met mensen gewerkt. Het was een deel van mijn leven.

De laatste jaren kwamen er mensen op het project binnen die b.v. aan drugs of al­cohol ver­slaafd waren en weer aan het werk moesten. Ze kwamen als zom­bies binnen en als het je dan lukt ze weer aan het werk te krijgen, zag je ze op­fleu­ren. Dat gaf me een heel dank­baar gevoel.

Vergeleken met vroeger is het allemaal wel heel erg zake­lijk geworden hoor: het sociale in de werkplaatsen is bijna verdwenen."

 

Hoe begon het bij jou?

 

"Ik had koorts en ik dacht dat ik griep had. De koorts ging maar niet weg en de dokter schreef paracetamol voor. Toen kreeg ik gewrichtspijnen in mijn schouders, heupen en knieën. Ik had opgezwollen handen en een dik­ke en­kel. Op­eens kreeg ik 's nachts boe­zem-­fi­bre­ren. De huis­arts schreef medi­cij­nen voor en er werd een cardiog­ram ge­maakt. Maar de koorts ging niet weg en de huisarts be­sloot mij op te laten nemen in het zie­ken­huis. Mijn be­zin­king was 123. Na 14 dagen kon er met 80% zeker­heid gezegd wor­den dat ik SLE had.

 

Mijn nieren werken niet goed, de lever ook niet en ik heb een pericarditis (hartzakontsteking) gehad. Ik ben eigen­lijk al be­kend met het Raynaud-fenomeen vanaf mijn 20ste jaar.

Volgens de longarts heb ik cara: bronchitis en long emfy­seem. Daar heb ik het be­hoorlijk benauwd van. Zeker nu met dit warme weer en het lijkt alsof de prednison niet zoveel doet bij mij, behalve dan de bijwerkingen: het hevig transpireren enz. Ik heb sinds 4 weken Imu­ran erbij gekregen: 100 mg per dag.

De bezinking is gedaald en het aantal trombocyten is nu sta­biel.  

 

Ik kom uit een reuma-familie: beide ouders hadden reuma. Mijn vader moest vanwege de reuma zulke grote schoe­nen aan, dat ik daar met schoen en al -en ik heb maat 47- nog in pas­te.

Mijn vader had twee broers en drie zussen met reuma. Eén zus is aan de gevolgen van de goud-injecties overleden.

Als ik vroeger gewrichtspijn had, werd er gelijk bloedge­prikt.

Als kind had ik de Engelse ziekte: kalkgebrek. Ik heb wel tien keer een vinger gebroken en ik had last van dauw­worm.

Ik heb vaak  klierontstekingen gehad en dode vingers. In 1963 -ik was 22 jaar. Ik weet het nog goed omdat het tij­dens de elfste­den­tocht was: toen Reinier Paping won- had ik heel pijn­lijke, dode vin­gers. Dat is nu 36 jaar gele­den."

 

Ben je tevreden over de behandeling?

 

"Ik ben onder behandeling geweest van een reumatoloog, car­dio­loog, longarts, internist, een dermatoloog en een oog­arts.

Nu, na negen maanden, kunnen ze voor 100% zeggen dat het SLE is.

 

Ik ben zeer tevreden over de begeleiding van de artsen. Wat heel belangrijk is, is dat één arts de coördinatie heeft. In mijn geval is dat de internist . Als ik ergens last van krijg, neem ik met hem contact op.

Ik heb van alle gegevens een kopie gevraagd: zo kan ik het thuis, als ik denk “Hoe zat dat ook alweer?”, weer nakij­ken.

 

Ik woog verleden jaar 76 kg. Ik ben bijna twee meter lang. Ik slik sinds 2 maanden 60 mg prednison en ik weeg nu 102 kg. Ik heb nu een dikke kop, maar ik heb gelukkig mijn lengte mee. Als ik in de spiegel kijk denk ik wel eens: “Ben ik dat?"

 

Hoe ga jij er mee om?

 

"Ik vind het wel moeilijk om het een plaats te geven: kij­ken naar wat ik nog wel kan. Dat is op dit moment niet zo veel! Ik heb wel interesses.

Maar ik ben zo snel moe: als ik de trap op loop, moet ik gaan zitten. Als ik ergens een schroef in wil draaien bib­ber ik als een par­kin­son pa­tiënt. Ook het lepeltje in een kop­je koffie kan ik niet stil houden.

 

Aan één oog is de scherpte weg: een begin van staar. Ik kan dus nu ook niet schil­de­ren of teke­nen.

En ik moet 's middags naar bed. Nog nooit in m'n leven ging ik 's middags naar bed. Nu slaap ik van 12:30 tot 16:00 en als ik niet wakker gemaakt word, blijf ik slapen.

Ik sta 's morgens om 8:30 op en ga 's avonds om 10:30 à 11:00 uur slapen.

 

Vorig jaar hebben wij een huis gekocht met een zolder die voorbestemd is als hobby ruimte. Daar kan ik schil­de­ren en teke­nen. Het hele huis is opgeknapt en als laatste was de zol­der aan de beurt. Drie dagen heb ik daar ge­werkt aan een doek en toen werd ik ziek. Het doek­je staat nu nog net zo op de ezel als toen.

 

Waar ik het ook moeilijk mee heb is dat mijn vrouw Yvon­ne, die zelf met haar gezondheid sukkelt, nu overal voor opdraait. Dus dat komt er ook nog eens extra bij."

 

Hoe reageert je omgeving?

 

"Dat is heel wisselend. Sommige mensen kunnen niet be­grijpen dat ik nu nog geen 100 meter kan lopen. Vroeger fietste ik wel 30 à 40 km! Ik kan het niet uitleggen of ze luisteren niet. Een gezonde grote vent zien ze.

Anderen hoef je helemaal niet veel uit te leggen: die be­grijpen het wel. Meestal zijn dat mensen die zelf ook het een en ander meegemaakt hebben.

 

Het is heel gek, maar als je de eerste keer in het zieken­huis ligt komen ze vaak op visite. Nu ben ik 9 maan­den thuis en ik zie bijna niemand meer. Ook wel weer lekker rus­tig hoor, maar toch vreemd.

 

Toen Yvonne hoorde dat het SLE was, kwamen er zoveel vragen naar boven. Wij hebben alle informatie doorgelezen.

Het Bulletin lees ik van voor naar achteren en van achte­ren naar voren. De interviews zijn zo herkenbaar. Je bent niet de enige en dat geeft steun.

 

In de toekomst wil ik graag iets voor de organisatie doen. Daar ben ik nu nog te ziek voor.

 

De ervaringen met lotge­noten - die zijn zo zinvol.

Ik heb hier, in het ziekenhuis in Zwolle, folders neer­ge­legd over SLE. "

 

Heb je naast het schilderen nog andere hobby's?

 

"Ik hou van muziek o.a. Russische want muziek is de meest universele taal ter wereld: hier spreekt de mens van "hart tot hart". Ik heb vroe­ger met veel ple­zier in een Rus­sisch koor ge­zon­gen totdat de Rus­si­sche diri­gent kwam te overlijden en de nieuwe diri­gent vond dat we in het Hol­lands moes­ten gaan zin­gen. Toen ben ik ermee ge­stopt.

Ik schilder vanaf mijn 20e. Dat is een gave die ik van mijn vader heb geërfd want ik heb nog nooit een schildercur­sus ge­volgd.

Tekenen doe ik ook graag. Het liefst werk ik met pastel , krijt en potlood."

 

Piet bedankt,

In het bijzonder voor de schets van de clown die op de voorpagina van het boekje ‘Interviews met Lupus-patienten’ prijkt. Zoals je er zelf bij schreef: "Ik schil­der graag por­tretten en vooral van men­sen wier ge­zicht wat te ver­tellen heeft, zoals deze clown, want achter dit mas­ker zit vaak het wer­kelijke gezicht".

 

-----------------------------------------------------------------------------------